In Nederland hebben diverse pilots met zogenaamde pods plaatsgevonden. Dat zijn zelfrijdende voertuigen. Pieter van der Stoep, accountmanager selfdriving vehicles bij RDW, vertelt over de lessons learnt:

“Ik ben verantwoordelijk voor alle aanvragen in Nederland voor selfdriving vehicles. Pods voldoen aan geen enkele vorm van typegoedkeuring. Je begint dus vanaf nul met de ontheffing voor zo’n voertuig. Het eerste pod-project was het WEpod-project: het voertuig dat tussen station Ede/Wageningen en de WUR campus rijdt. Het ging om een voertuig van Easymile wat met behulp van speciaal ontwikkelde software helemaal is omgebouwd. Wij kijken dan aan welke specificaties het voertuig niet voldoet. Het voertuig had geen mistlamp. We kunnen dan een ontheffing geven voor het ontbreken van een mistlamp, mits er bij mist niet wordt gereden. Of we eisen een verbetering aan het voertuig of we bepalen dat het voertuig alleen op plekken of tijdstippen mag rijden waar de verkeersintensiteit minder is. De druk om het voertuig toe te laten was toen om politieke redenen best hoog. Ondanks dat hebben we alle risico’s kunnen weghalen door aanpassing van het voertuig of in de omgeving. We worden wel steeds kritischer richting de fabrikanten, de lat wordt hoger gelegd .

Bij het verlenen van de ontheffing kom je veel tegen waar je absoluut niet op had gerekend. In Appelscha reed de pod op het fietspad. De pod heeft een bepaalde breedte , dus wij dachten dat dat makkelijk moest kunnen. Maar dat is de echte ruimte die het voertuig inneemt. Het voertuig ‘kijkt met sensoren om zich heen’ en stopt als fietsers in de buurt komen. De virtuele ruimte is dus groter. Daar hadden we geen rekening mee gehouden. Dus het voertuig stond te vaak stil. In Appelscha kwamen we er ook achter dat weggebruikers er automatisch van uitgaan dat tegenliggers een beetje naar rechts gaan. Dat doet de pod niet en dat werd door fietsers als beangstigend ervaren. Men vroeg zich af of het voertuig hen wel had gezien. Ontwikkelaars proberen dat te ondervangen door het voertuig te laten oplichten in een bepaalde kleur, zodat de fietser weet dat hij of zij is gezien.

En dan nog de communicatie, daar gaat het dikwijls mis. De omgeving begrijpt bijvoorbeeld vaak niet waarom zo’n pod door de straat rijdt. Vragen zoals “Waarom wordt hier gemeentegeld aan besteed?” komen dan als snel op. Het blijkt dat het heel moeilijk is om het grotere maatschappelijke doel van dergelijke pilots te laten landen bij het publiek.

Tot slot: vaak zijn fabrikanten nog helemaal niet zover als wij denken. Als overheid geven we heel veel ruimte, maar we moeten er regelmatig bij het bedrijfsleven echt aan trekken om een beter product te krijgen. Waarschijnlijk komt dat omdat veel start ups die zelfrijdende voertuigen ontwikkelen niet afkomstig zijn uit de automotive industrie en daardoor niet weten dat voertuigen aan ongelofelijk veel eisen moeten voldoen. De vraag “Hebben jullie een risicoanalyse uitgevoerd?” komt dan bijvoorbeeld als een volkomen verrassing.”